Aambeeld

De Taaleidoscoop van vorige week was eigenlijk bedoeld als inleiding voor een ander verhaal. Om verder te kunnen vertellen, moet ik eerst even vaststellen dat je metaforen ook kunt gebruiken in beeldtaal. Teken anno 2012 in Nederland een cartoon van een slangenlichaam met het hoofd van een bepaalde geblondeerde fractievoorzitter, en iedereen weet wat je bedoelt.

(Spot)prenten zijn sowieso een rijke bron van beeldmetaforen, en dat is al heel lang zo. Het voorbeeld waar het vervolg van dit taalverhaal over gaat is meer dan 200 jaar oud, en dateert van de tijd van de Franse Revolutie. Dit is hem.

Ik kreeg hem te zien van een mij goed bekende middelbareschoolganger, die hem moest beoordelen voor een proefwerk geschiedenis. De drie heren zijn een edelman, een priester en een boer, en op het aambeeld ligt een boek: een nieuwe grondwet. Maar, voordat je bij de hamvraag komt, eerst een geschiedenislesje.

Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Taal etc.

Snap je ’m?

Het gebruik van metaforen is niet zonder risico’s. Een metafoor of beeldspraak is dan ook een kunststukje van taalgebruik. In het kort komt het erop neer dat je zegt wat je wilt zeggen door niet te zeggen wat je wilt zeggen.

Een voorbeeld. Je kunt over een collega zeggen dat hij “een echt werkpaard” is. Daarmee bedoel je niet dat de persoon in kwestie een viervoetig, eenhoevig zoogdier is van het soort equus caballus. Nee, je pakt bepaalde eigenschappen van dat dier (kracht, trouw en doorzettingsvermogen bijvoorbeeld) en plakt die via de metafoor op je collega.

Maar degene die de metafoor ontvangt, moet wel snappen welke eigenschappen je wilt overbrengen en waar ze voor staan. Anders werkt de metafoor niet.

Nog een voorbeeld. Jaren geleden las ik met medestudenten deze zin, nota bene als voorbeeld van een metafoor: The chairman plowed through the meeting. Wij begrepen allemaal de beeldspraak als volgt: het was een zware vergadering die de voorzitter slechts met moeite tot een goed einde bracht. Maar vervolgens bleek uit de begeleidende tekst dat de beoogde metafoor juist was: de voorzitter ging voorvarend te werk en raasde door de vergadering heen. Heel iets anders!

Verder lezen

1 reactie

Opgeslagen onder Taal etc.

Mobiel grabbelen

Tijdens het kerstreces heb ik me eindelijk laten verleiden om Wordfeud op mijn iPhone te zetten. Voor wie het niet weet: Wordfeud is een kloon van Scrabble waarmee je online met vrienden en vreemden wereldwijd kunt spelen.

Eindelijk, zeg ik, want de Wordfeud-rage raast al een tijdje door app-land. Ik heb er lang weerstand aan geboden, met als voornaamste reden dat ik helemaal niet goed ben in Scrabble – daar kom ik zo nog even op terug – en mezelf dus al kansloos ten onder zag gaan. Maar goed. Eenmaal aan het spelen geslagen ontkom ik niet aan een paar kleine overdenkingen. Ik zet ze op een rij.

Om te beginnen: de naam. Vraag me niet waarom, maar ik moet de Nederlander nog tegenkomen die Wordfeud spontaan goed uitspreekt. (Ze zijn er vast wel, maar kennelijk niet in mijn onmiddellijke kring van online kloonscrabbelaars.) Ik hoor, in fonetisch Nederlands, “feut” en “foit” en allerlei andere interessant varianten. Maar feud klinkt net als viewed, alleen met een f-klank aan het begin.

Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Taal etc.

Ongeldig

Ook in een hip & happenin’ café kan het je overkomen dat je ineens moet plassen. En een béétje trendy & trending café biedt dan ook aan de berolstoelde medemens de mogelijkheid om te plassen.

Maar niet eerder zag ik in een chic & charmant café de bewegwijzering die ik tegenkwam in een etablissement nabij parlement in onze hofstad. Op weg naar het herentoilet (zie linksonder in mijn kleine triptiek) zag ik eerst de aanwijzing voor het damestoilet (zie linksboven), en toen, voorbij mijn doeldeur, het toilet voor de miva (rechts).

Eh, wacht even. De miva…?

Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Taal etc.

Gekke bekken trekken

Er zijn van die woorden die een tweede of derde betekenis hebben die je nooit vermoed had, maar die soms des te verrassender is. Ik was onlangs in het Mauritshuis en daar maakte ik opnieuw kennis met twee dingen: een schilderij en een woord. En ze hadden ook nog eens met elkaar te maken.

Ik begin met het schilderij. Volgens een vriendelijke dame van het museum die toevallig een korte toelichting gaf op het moment dat ik langsliep werd dit kunstwerkje ook wel “de Mona Lisa van het noorden” genoemd. Het was het befaamde Het meisje met de parel van Johannes Vermeer, uit 1665-1667.

De "parel" bestaat uit slechts twee verfstreken...

Dit schilderij is immens populair en was de inspiratiebron voor een roman uit 1999 (Girl with a Pearl Earring door Tracy Chevalier) die later verwerkt is tot een speelfilm in 2003 en een toneelstuk in 2006. In deze verhalen wordt een fictieve dienstmeid genaamd Griet opgevoerd als het meisje dat afgebeeld is.

Dat dit een onschuldige vorm van dichterlijke vrijheid is, zal denk ik niemand betwisten. Want de waarheid is dat niemand weet wie er model stond voor het schilderij. Sterker nog, geen van de modellen waarmee Vermeer werkte is bij naam bekend.

Maar het verhaal is daarmee nog niet af. En zo kom ik bij mijn woordje. Want let op: niet alleen weten we niet wie het meisje met de parel was, we horen het ook niet te weten! Dit schilderij is namelijk geen portret. Het is een tronie.

Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Bijzondere woorden

Het-ze om niets

Afgelopen maand was het woordje het ineens in het nieuws. Ons fijne, vertrouwde woordje het. Je weet wel, van het gedicht, het pakje, het paard en het cadeau. Het, zo werd er beweerd, stond op het punt uit te sterven.

In Rusland is "HET" springlevend: het is de cyrillische spelling van het woord voor nee, "njet".

Nou ja, dat ook weer niet helemaal, maar er werd wel gesuggereerd dat de opmars van de niet te stuiten was en dat het steeds verder in de verdrukking raakt. De bron was een leuk artikel in Onze Taal, maar de media hebben nu eenmaal de neiging om een sensationalistische draai aan de dingen te geven.

Toch is dit verhaal niet helemaal onzinnig – taal verandert wel degelijk, en vaak sneller dan we vermoeden. Wie zegt er nog, als de storm geluwd is, “Het woei heel hard gisteren”? Of, als je het natuurgeweld te eng vond om naar buiten te gaan, “Ik dorst zelfs de hond niet uit te laten”? Jonge Taaleidolezers zullen werkwoordvormen als woei en dorst misschien wel helemaal niet meer kennen. Voor mij (veertiger) hebben ze een koddig-ouderwetse smaak. Voor mijn grootouders waren ze de normaalste zaak van de wereld.

Taalverandering is alomtegenwoordig, niet te stuiten, en is noch goed noch slecht. Taalverandering is gewoon, net zoals in de natuur het proces van evolutie er gewoon is.

Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Taal etc.