De Taaleidoscoop van vorige week was eigenlijk bedoeld als inleiding voor een ander verhaal. Om verder te kunnen vertellen, moet ik eerst even vaststellen dat je metaforen ook kunt gebruiken in beeldtaal. Teken anno 2012 in Nederland een cartoon van een slangenlichaam met het hoofd van een bepaalde geblondeerde fractievoorzitter, en iedereen weet wat je bedoelt.
(Spot)prenten zijn sowieso een rijke bron van beeldmetaforen, en dat is al heel lang zo. Het voorbeeld waar het vervolg van dit taalverhaal over gaat is meer dan 200 jaar oud, en dateert van de tijd van de Franse Revolutie. Dit is hem.
Ik kreeg hem te zien van een mij goed bekende middelbareschoolganger, die hem moest beoordelen voor een proefwerk geschiedenis. De drie heren zijn een edelman, een priester en een boer, en op het aambeeld ligt een boek: een nieuwe grondwet. Maar, voordat je bij de hamvraag komt, eerst een geschiedenislesje.
Maar degene die de metafoor ontvangt, moet wel snappen welke eigenschappen je wilt overbrengen en waar ze voor staan. Anders werkt de metafoor niet.
Eindelijk, zeg ik, want de Wordfeud-rage raast al een tijdje door app-land. Ik heb er lang weerstand aan geboden, met als voornaamste reden dat ik helemaal niet goed ben in Scrabble – daar kom ik zo nog even op terug – en mezelf dus al kansloos ten onder zag gaan. Maar goed. Eenmaal aan het spelen geslagen ontkom ik niet aan een paar kleine overdenkingen. Ik zet ze op een rij.
Maar niet eerder zag ik in een chic & charmant café de bewegwijzering die ik tegenkwam in een etablissement nabij parlement in onze hofstad. Op weg naar het herentoilet (zie linksonder in mijn kleine triptiek) zag ik eerst de aanwijzing voor het damestoilet (zie linksboven), en toen, voorbij mijn doeldeur, het toilet voor de miva (rechts).



